:: Wist jij dit?

NDB = Non Directional Beacon

VOR = VHF Omni/directional Range station

DME =  Distance Measuring Equipment

 

INBOUND = naar het station toe vliegend

OUTBOUND = weg van het station vandaan

QDM = Magnetic bearing to the station

QDR  = Magnetic bearing from the station



 

 

 

 

Brevetten


Hieronder een overzicht van de verschillende brevet-types:
 

Met een RPL brevet mag je in principe alleen in Nederland vliegen, met een PPL in heel Europa en andere landen die onder de JAA vallen. Hierbij mag enkel op zicht worden gevlogen (onder visual flight rules (VFR) omstandigheden, dwz meer dan 8 kilometer zicht en vrij van bewolking), met een ??nmotorig propellervliegtuig tot 2000 kg.

Om 's nachts, in de wolken of met een zwaarder toestel te mogen vliegen moeten zogenaamde ratings worden behaald:
 

Voor een ATPL is de Instrument Rating natuurlijk verplicht, zoals ook de MEP rating. Voor de grotere vliegtuigen wordt meestal gevraagd om een "type rating" te halen.

Voor een CPL is een IR niet verplicht. Een houder van een CPL zonder IR is bevoegd commercieel te vliegen onder zichtcondities (VFR).


 

Bevoegdheden


Naast de brevetten en de ratings kent men ook bevoegdheden als aantekening op een brevet:

  • RT: Radio Telephony (bevoegd om via radio met de luchtverkeersleiding te communiceren)
  • FI: Flight Instructor (bevoegd om instructie te geven)